8 juni 2023 10:00 – 13:00 uur, Locatie: Groen van Prinstererzaal, Commissie: Binnenlandse Zaken
Gespreknotitie t.b.v. rondetafelgesprek over versterking weerbaarheid democratie, dd. 28.06.2023
Ivana Ivković
‘Weerbare democratie’ doelt doorgaans op het vermogen van een democratisch systeem om zich te verdedigen tegen interne en externe dreigingen die de grondbeginselen van de democratie kunnen aantasten. Ik ben van mening dat we deze discussie over veerkrachtige democratie niet moeten simplificeren tot enkel deze definitie. Allereerst gaat het niet louter om het signaleren van potentiële gevaren, zoals groeperingen die de democratie kunnen ondermijnen of antidemocratische ideologieën. Ten tweede gaat het niet uitsluitend om de bescherming van een systeem, de instituties en procedures. Naar mijn inzicht dankt een democratie haar robuustheid en veerkracht aan politieke pluriformiteit. Dit is een fundamenteel andere kijk op democratie dan de interpretatie waarbij de volkswil centraal staat, laat staan de wil van de meerderheid. Hier wil ik een aantal alternatieve perspectieven op weerbare democratie aan de orde stellen.
Polarisatie
Al geruime tijd scharen we oplopende tegenstellingen, maatschappelijke tweedeling, groeiende onenigheid, politiek extremisme en verharding van het publieke debat onder de verzamelterm ‘polarisatie’. Polarisatie is onmiddellijk een reden tot zorg; een probleem dat vraagt om oplossingen. Toch is niet iedere tegenstelling problematisch uit een democratisch oogpunt.
Vorig jaar verscheen de bundel Politieke Polarisatie in Nederland, onder de redactie Paul Dekker, hoogleraar Civil Society aan de Tilburg University. De bijdrage van deze bundel is onder andere om een overdreven beeld van polarisatie in Nederland met feiten te nuanceren. De auteurs beargumenteren ook dat polarisatie soms een nuttig effect kan hebben: het kan mensen bewust maken van een probleem of hen confronteren met een keuze.
Ik zou een stap verder willen gaan en betogen dat polarisatie niet slechts nuttig, maar onder bepaalde voorwaarden wenselijk kan zijn. Mijn argument ontleen ik aan de Belgische filosofe Chantal Mouffe. Mouffe stelt dat het politieke niet beperkt moet worden tot een technisch domein van consensus en rationeel beleid, maar veeleer gezien moet worden als een arena van strijd en conflict. Ze betoogt dat politiek altijd een inherent conflictueus karakter heeft en dat dit conflict noodzakelijk is voor een levendige democratie. Een gezonde politieke sfeer maakt een constante heronderhandeling van sociale relaties mogelijk, bevordert politieke participatie en zorgt er in principe voor dat alle stemmen gehoord en erkend kunnen worden.
Mouffe’s diagnose is dat ons bestel niet lijdt aan te veel conflict, maar juist aan te weinig. We geloven dat we als redelijke mensen tot een oplossing kunnen komen en als dat niet het geval is, lijkt de enige oplossing om uit elkaar te gaan. Maar precies in die tussengelegen ruimte bevindt zich een potentieel dat een weerbare democratie zou moeten vormgeven.
Ik stel daarom voor om de vraag: ‘Wat kunnen we doen tegen polarisatie?’, een nieuwe draai te geven.Laten we ons liever afvragen: ‘Hoe kunnen we een toekomstgericht, kwalitatief publiek debat organiseren?’
Onvermijdelijkheid
Historicus Timothy Snyder introduceerde het concept van de “politiek van onvermijdelijkheid” in zijn boek Over tirannie. Twintig lessen uit de twintigste eeuw (2017). Hij gebruikt deze term om een bepaald soort politiek denken te beschrijven dat de toekomst ziet als een vast en onveranderlijk pad, bepaald door inherente, ‘natuurlijke’ krachten. Politiek van onvermijdelijkheid kent vele gedaantes, van de totalitaire systemen van de 20e eeuw tot het idee van het ‘einde van de geschiedenis’ rond de eeuwwisseling. Een van de kwalijke gevolgen van deze vorm van politiek is dat het ons leert om helemaal niet na te denken over waarden, stelt Snyder. Waarden kunnen verschillen en kunnen worden betwist, maar onvermijdelijkheid kent slechts de doel-middel rationaliteit.
Ik denk vaak aan deze analyse in de context van vele crises en disrupties die zich nu ontvouwen: een daadwerkelijk klimaat-economisch-technologisch-geopolitiek complex aan crises. Crisis is een vruchtbare voedingsbodem voor onvermijdelijkheidsdenken. Terwijl politiek gaat, of zou moeten gaan, om een diepere behoefte om boven de noodzakelijkheid waar we aan zijn overgeleverd uit te stijgen en actief te participeren in het vormgeven van de agenda van het publieke leven. Ik zou daarom willen pleiten om niet alleen na te denken over hoe wij deze crisissen het hoofd kunnen bieden maar ook de vraag te stellen: Hoe zou een democratisch antwoord op deze crisises eruit kunnen zien?
Dat klinkt als een veel te grote vraag, maar de mogelijke antwoorden hierop kunnen soms verrassend praktisch en down-to-earth zijn. Zo wijst Snyder op de relatie tussen het verdwijnen van lokale, kleinschalige media en de verspreiding van desinformatie. Grote delen van de VS zijn een ‘nieuwswoestijn’, stelt hij, waar weinig aandacht wordt geschonken aan lokale problemen en politici, en mensen weinig mogelijkheden hebben om zich als actieve burgers te engageren. Hoewel er op dit punt grote verschillen bestaan tussen Nederland en de VS, valt het op dat de voorgestelde remedies voor de (des)informatiecrisis zich nu voornamelijk bevinden in de sfeer van fact-checking, het filteren van berichten, of het verbieden van bepaalde platforms, terwijl deze inspanningen zich ook zouden kunnen richten op de versterking van een divers en pluriform medialandschap.
Wantrouwen
Nog in 2006 publiceerde de Franse historicus en politiek denker Pierre Rosanvallon het boek getiteld Tegen-democratie: Politiek in het tijdperk van wantrouwen. Zijn analyse klinkt nog even actueel als toen – het wantrouwen jegens politieke instellingen en leiders is sindsdien zeker niet afgenomen.
Hoewel te veel wantrouwen de sociale cohesie en het functioneren van een democratie kan ondermijnen, zit Rosanvallon dit wantrouwen niet als een puur negatief fenomeen. Hij stelt dat een bepaald niveau van wantrouwen een constructief en essentieel element van een gezonde democratie kan zijn. Met andere woorden, tegen-democratie hoeft niet per se antidemocratisch te zijn. Wantrouwen kan ook een voedingsbodem zijn voor actieve betrokkenheid. Het zorgt ervoor dat macht verdeeld blijft en dat politieke leiders niet boven toezicht en verantwoording staan. Het stelt burgers in staat om, buiten de periodieke verkiezingen om, een constante druk op hun leiders uit te oefenen om transparant, eerlijk en in het belang van het volk te handelen.
Rosanvallon ziet de mogelijkheid om naast de traditionele vorm van vertegenwoordigende democratie, nieuwe vormen van politiek handelen en nieuwe instituties te ontwikkelen, die gericht zij op democratische toezicht en controle. Specifiek gaat het hier om toezicht op het functioneren van verschillende instanties, preventie van corruptie of machtsmisbruik, en een mogelijkheid om een oordeel te vellen over de verantwoordelijken. Op deze manier zou een democratisch systeem zich actief kunnen aanpassen aan veranderingen in de samenleving en het bredere politieke landschap.
Klik hier voor meer informatie over dit rondetafelgesprek.