You Are Here: Home » Nieuws » Macht van rouw

Macht van rouw

Macht van rouw

Theater na De Dam, 4 mei 2019

Voor De Nationale Opera maakten filosofe Ivana Ivkovic en regisseur Marcel Sijm een beschouwende performance. De macht van Rouw is een pleidooi voor rouw in het politieke en publieke leven. Met muzikale fragmenten van barok tot hedendaagse vocale muziek.

Tekst uitgesproken bij De Macht van rouw:

Wij horen niet vaak een klaagzang – niet buiten deze muren. Wanneer hebt u voor het laatst een klaaglied gehoord? Of er één gezongen?

Misschien past het niet echt bij ons, zo veel leed uitstorten. Een klaagzang is niet helemaal redelijk – en wij willen graag redelijke mensen zijn. De pijn tonen betekent dat er iets ergs is gebeurd. Wij zijn gekwetst en daar kunnen we helemaal niets aan doen. Wij kunnen het niet terugdraaien of veranderen. En wij willen ons niet machteloos voelen. Wij willen liever geen slachtoffer zijn. Het is toch beter om te kijken we naar wat wél mogelijk is. Een beetje positief zijn.

Dat denken we. Ten onrechte! Want wij zijn allemaal kwetsbaar en eerder of later zullen we om een verlies moeten klagen en rouwen. Wij moeten geen remedie zoeken voor die kwetsbaarheid, maar beseffen dat we door het verlies veranderd zullen worden, voor altijd. Wij moeten inzien dat we zaken verliezen, ook al weten we niet precies wat we daarin kwijt zijn.

Vandaag herdenken we de doden omgekomen door oorlogsgeweld. Het is belangrijk om bij dat verlies stil te staan. Maar naast mensenlevens raken we soms iets kwijt dat minder tastbaar is: een wereldbeeld, een élan, een manier van leven, een idee.

Voor deze zaken nemen we niet de tijd om te rouwen. Terwijl we de afgelopen kwart eeuw zo veel dingen zijn kwijtgeraakt – Betaalbare woonruimte. Vrijplaatsen. Studiefinanciering. Privacy. Solidariteitsprincipe. Het ziekenfonds. Politieke correctheid. Democratie, volgens sommigen.

Waarom hebben wij de afgelopen jaren zo weinig tijd genomen om te rouwen om het verlies van al deze dingen?

In plaats van te rouwen, hebben wij ons geharnast. De wereld bleek een stuk ruwer en gewelddadiger, een stuk minder overzichtelijk, dan we dachten. Kwetsbaarheid raakte uit de mode. Wij eisen meer zelfredzaamheid, meer flexibiliteit, strengere controles, meer camera’s op straat, wij willen safe spaces. Dat verklaart misschien een beetje waarom we niet rouwen. Maar wat gebeurt er wanneer onze kwetsbaarheid zich niet langer laat wegdenken?

Wij horen te weinig klaagzang. Ten onrechte. Want klaagzang is geen redelijke taal. Het is een stem voor een teveel waarvoor er geen woorden bestaan. En in die stem schuilt een bijzondere macht.

Misschien hebben wij nooit geleerd hoe we moeten rouwen. Wij leren om te verlangen en te dromen en te wensen, maar weten we hoe we moeten rouwen? Wij leren dat rouw een reactie is op een traumatische gebeurtenis. Die hoor je te verwerken, uiteindelijk groei je daar eroverheen. Wij denken dat rouw in stadia gaat – ontkenning, woede, marchanderen, verdriet, acceptatie. Dat geeft ons houvast, en een idee hoe verder te gaan, van één fase door naar het andere. Maar daarom voelen wij ons ook schuldig als we niet echt verdrietig zijn. En als we na een langere tijd vinden dat het nog steeds zo onwerkelijk is wat er gebeurde, vrezen we dat we weer naar het begin van dit proces zijn teruggeworpen. Daarom denken we dat we naar de acceptatie toe moeten werken. Eigenlijk leren we niet rouwen. Wij leren vooral hoe we uit rouw moeten komen.

Hoe zouden we kunnen zeggen dat wij voldoende om een verlies hebben gerouwd? Rouw is nooit helemaal klaar, nooit volledig. Rouw is een anker dat ons bindt aan een fataal moment, ons vertraagt en ophoudt, zodat de gewone gang van zaken nog niet zijn loop kan hernemen. Rouwen is het leven in een tussentijd, in een limbo.

Betekent ‘een verlies aanvaarden’ dat de emoties wegebben en we het verleden achter ons laten? Nee, eerder zouden we moeten aanvaarden dat dingen buiten onze controle zijn. Ze kloppen niet en ze zijn niet weer kloppend te krijgen. Het is onherstelbaar. Er is een knik in ons verhaal gekomen. Rouw is een staat van zijn, waarin de wereld uit zijn voegen is.

Wij zijn kwetsbaar en eerder of later zullen we om een verlies moeten rouwen. Rouw is geen remedie voor die kwetsbaarheid, maar het besef dat we door het verlies veranderd zullen worden, voor altijd. Wij zijn iets verloren, ook al weten we niet precies wat we daarin kwijt zijn. Wij zouden juist hierin de grond van wat ons met elkaar bindt, van onze gemeenschappelijkheid, moeten zoeken.

Wij rouwen wel om een persoonlijk verlies, maar om collectieve dingen die ons ontvallen zijn rouwen we opvallend weinig. Waarom is dat? We denken we dat het een vertoon van zwakte is. Alsof rouw en verslagenheid één en hetzelfde zijn. Daarom denken we dat we rijen moeten sluiten, de kwetsuur wegpoetsen, de stof afkloppen, dat we strijdbaar moeten zijn.

Wat is er tegen stilstaan in de politiek? Ik denk dat wij meer plek aan rouw in de politiek zouden moeten geven. Dat we allemaal iets zouden moeten bedenken waarom en waarvoor we zouden willen rouwen.

Zal ik beginnen? Ik zou willen rouwen om de PvdA.

PvdA was de partij waarop ik ging stemmen, de eerste keer dat ik kon stemmen als Nederlandse, in de jaren ’90. Tot mijn grote verrassing, want, ik, opgegroeid in een communistisch land, beschouwde mezelf helemaal niet als zo links. En ook al had die keuze heel wat haken en ogen, het kwam neer op het volgende: ik verliet een land met een ernstig gestoord waardesysteem en kwam terecht in een andere waarin het mogelijk was om een goed leven te leiden. En het was zelfs zeer goed mogelijk. En dan heb ik het niet eens over welvaart, maar over een gevoel van vrijheid, van vele mogelijkheden, die bestaan naast verantwoordelijkheid voor elkaar en veel zorg voor de mensen die er wonen. Een humane samenleving.

Ik probeer de zaken niet te romantiseren. Het gaat mij om een perspectief, om dingen die zichtbaar werden in het contrast tussen mijn oude land en mijn nieuwe. Wellicht is mijn persoonlijke rouwklacht anders dan de uwe. Iedereen heeft zijn eigen sentimenten. Maar ik denk dat die sentimenten hier niet de belangrijkste zijn. Het verlies gaat verder dan politieke voorkeuren. Ik denk dat voor hoe Nederland was, essentieel was dat er een brede sociaaldemocratische partij bestond. Als een rol. Als een drager. En ik zou willen rouwen om het feit dat we dat kwijt zijn geraakt. Ik zou willen rouwen om de PvdA.

Waarom heeft Nederland niet gerouwd om Indonesië? Ja, ik heb het over het verlies van de voormalige kolonie. Natuurlijk begrijp ik waarom dit precair is. Wij willen ons niet identificeren met het kolonialisme. Ik begrijp die vrees.

Ik vind ook dat Servië zou moeten rouwen om het verlies van Kosovo, maar maar ik zou niet willen dat zoiets ontaardt in een grote nationalistische show.

Dat neemt niet weg dat het verlies reël is, en rouw nodig. Net zoals wij kunnen rouwen om een familielid die we nooit hebben gemogen, is politieke rouw geen vergoelijking. Het is jammer dat we dat niet weten te scheiden.

Rouwen om dit verlies zou juist een manier kunnen zijn om met eigen rol in een beladen verleden om te leren gaan. Pas wanneer wij durven rouwen, wordt deze rol ten volle bespreekbaar. Ik denk dat rouw nodig is om afstand te kunnen doen van de overblijfselen van het kolonialisme.

Wij kunnen rouwen om een verleden dat moeilijk en pijnlijk is. Ook dat verleden verdient een jammerklacht.

Wereldwijd zijn er nog zo veel zaken waar we om zouden moeten rouwen. Het uitsterven van diersoorten.  – In 2012 stierf Lonesome George. Hij leefde op een dieet van cactus spruiten, fruit en grasjes. Hij woog 75 kilo en was misschien wel 100 jaar oud. Hij was de laatste Pinta-eiland reuzenschildpad.

Het verdwijnen van talen.  – Niemand op Aarde spreekt nog Oebychs, een taal met 84 medeklinkers. Een taal waarin woorden aan elkaar geplakt konden worden, totdat ze de betekenis van complete zinnen uitdrukten. Een taal waarin je met een extra lettertje of een lettergreep kon vertellen waar of voor wie iets werd gedaan.

Zo veel meer nog. Het smelten van poolijs. Het opraken van gas. Verdwenen dorpen en steden. Notre Dame brandt uit, en diezelfde avond zegt Macron: ‘Wij zullen het herbouwen!’. Waarom nemen we de tijd niet om te rouwen om onze collectieve verliezen?

Wellicht denken wij dat we passief en machteloos zijn als we te lang bij een verlies blijven stilstaan. Maar door macht boven onmacht te verkiezen doen wij onszelf ook geweld aan. Er is geen oplossing voor het geweld van het verlies in tegengeweld, of door ons in een veilige bubbel op te sluiten. Er valt juist iets te winnen in rouw, in die blootstelling aan het vermurwende karakter van de werkelijkheid. Wanneer we plaats maken voor rouw, beseffen we dat wij door onze gedeelde kwetsbaarheid met elkaar verbonden zijn.

Want wij zijn allemaal kwetsbaar en eerder of later zullen we om een verlies moeten rouwen. Rouw is geen remedie voor die kwetsbaarheid, maar het besef dat we door het verlies veranderd zullen worden, voor altijd. Wij zijn iets verloren, ook al weten we niet precies wat we daarin kwijt zijn.

Een plek maken voor rouw in politiek is geen overgave aan passiviteit, maar een traag proces waarin wij ons steeds meer identificeren met het lijden. Het is geen overgave aan machteloosheid, maar een poging tot vormgeving van eigen onmacht. En dat kunnen wij wel. Wij weten in principe wel hoe dat moet. Wij hebben symbolen en rituelen, dingen en praktijken die we gebruiken om ons tot het verlies te verhouden. Ze dienen niet om uitdrukking te geven aan onze persoonlijke emoties, maar zijn juist een middel om het verlies buiten onszelf te plaatsen, zodat het minder zwaar op ons drukt. Ze maken het verlies zichtbaar en tastbaar.

Wij hebben ze nodig, die symbolen en rituelen, omdat rouw niet puur persoonlijk is. Omdat wij niet alleen, in ons hoofd, met het verlies in het reine kunnen komen. Wij hebben rituelen nodig om ons een houvast te geven, omdat emoties geen gids zijn. Ze komen en gaan – dat verandert niets aan het feit dat we iets zijn verloren. Daarom hebben wij nieuwe rituelen nodig om onze collectieve verliezen vorm te geven. Maar hoe dan? Wat te doen? Hoe zouden die rituelen eruit kunnen zien?

Ik moest denken aan de traditie om een scheur in een kledingstuk te maken bij rouw. Ik vind dat mooi: een symbool bij zich dragen dat laat zien dat dingen niet meer heel zijn, dat ze uit hun voegen zijn gesprongen. Het deed me ook denken aan buttons die je kan dragen omdat je een zaak ondersteunt, omdat je die steun wilt uitdragen. Zou het niet goed zijn om voor politieke rouw een soort ‘negatieve buttons’ te maken, rondjes die je uit je kleren kan stansen, zodat een gat, een leegte, zichtbaar wordt gemaakt?

Wij zouden die ‘negatieve buttons’ ook op allerlei andere dingen kunnen zetten. Ik zie het voor me. Een digitale versie van negatieve buttons, zodat we onze profielfoto’s op de sociale media ook kunnen stansen. Een partijprogramma waar een rondje uit gesneden is. De Europese vlag waar een leeg rondje staat, in plaats van één van de sterretjes. Of een Amerikaanse vlag. Een stembiljet waar een ronde stuk uit is. Biologieboeken met een ontbrekende stuk. Ik zie een zee aan mogelijkheden om het verlies en de leegte collectief een plek te geven.

Het is heel aanlokkelijk om nu ook op te roepen tot grote, collectieve rouw-events. Tot een dag van nationale rouw, of van globale rouw. Maar nee, ik roep niet op tot zoiets groots. Ik ben bezorgd dat het te veel een politieke manifestatie zou worden, in plaats van rouw. Of te veel, en alleen, een vertoon van emoties. Rouwen is niet alleen maar voelen. Rouwen is doen, of juist niets doen, een ritueel uitvoeren dat het verlies zichtbaar maakt. Misschien moeten we het wiel niet opnieuw willen uitvinden. Rituelen worden niet uitgevonden – ze ontstaan, met tijd. Misschien is dit een begin.

 

© 2011 by NoWishfulThinking. Powered By Wordpress, Goodnews Theme By Momizat Team

Scroll to top